Vandaag heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de PFAS-zaak tegen de Staat der Nederlanden.
In rechte is gevorderd om de overheid te veroordelen tot stopzetting van het afgeven van vergunningen en zoveel mogelijk de PFAS te doen verwijderen uit de grond. Wij zijn van mening dat de overheid onvoldoende heeft gedaan om verspreiding van PFAS tegen te gaan. Van PFAS worden mensen ernstig ziek. Gezien de grote risico die PFAS-blootstelling meebrengt, is de politieke ruimte om achterover te leunen er in onze ogen niet.
De rechtbank heeft de Stichting Gezond Water en de milieufederaties gevolgd in het oordeel dat nu al vaststaat dat de Staat de wettelijke verplichting om de PFOS-norm te halen per 22 december 2027 niet nakomt en dat het niet tijdig halen van deze norm een onrechtmatige daad oplevert. De rechtbank heeft evenwel overwogen dat de Staat mogelijk uitstel kan krijgen van deze verplichting. Dit betekent dus dat de Staat onrechtmatig handelt, zodra blijkt dat dit uitstel niet zal worden verkregen.
Voor het overige heeft de rechtbank geoordeeld dat het niet aan de rechter is om politieke keuzes voor te schrijven en de vorderingen afgewezen. In het licht van het voorgaande achten de milieufederaties dat onbegrijpelijk en zij overwegen hiertegen hoger beroep in te stellen.
Amsterdam, 11 februari 2026
mr. G. Knoops
mr. C. Knoops-Hamburger
mr. J. de Koning
mr. A. Nijboe






